Door een kat gekrabd, ben ik nu de gebeten hond?

Door een kat gekrabd, ben ik nu de gebeten hond?

Hypothetische vraag: Ik ben gekrabd door een kat, waarna ik ziek ben geworden. Daardoor heb ik hoge ziektekosten moeten maken. Mijn eigen risico heb ik volledig verbruikt. Wie kan ik voor deze kosten aansprakelijk stellen?

Antwoord: De werkgever op grond van artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek (hierna BW) of de eigenaar van het dier op grond van artikel 6:179 BW. In dit artikel beperken we ons tot de aansprakelijkheid van werkgever.

Artikel 7:658 BW luidt:
“Lid 1: De werkgever is verplicht de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt’.

Lid 2: De werkgever is jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer’.

Lid 3 : Van de leden 1 en 2 en van hetgeen titel 3 van Boek 6, bepaalt over de aansprakelijkheid van de werkgever kan niet ten nadele van de werknemer worden afgeweken.

Lid 4 : Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De kantonrechter is bevoegd kennis te nemen van vorderingen op grond van de eerste zin van dit lid.

Belangrijke aspecten voor het aansprakelijk stellen van de werkgever:   

Stap 1: de werknemer dient te stellen en bij betwisting te bewijzen dat hij schade heeft geleden in de uitoefening van de werkzaamheden.

Stap 2: Indien de werknemer stap 1 heeft aangetoond, is de werkgever  aansprakelijk, tenzij de werkgever aantoont dat zij de in artikel 7:658 lid 1 BW genoemde zorgplicht is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

Die zorgplicht betreft de verplichting dat de werkgever de lokalen, werktuigen, etc. waarin/waarbij wordt gewerkt zodanig inricht als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Het betreft dus de redelijkerwijs van de werkgever te vergen maatregelen. De werkgever heeft een (vergaande) inspanningsverplichting wat betreft de te nemen maatregelen met het oog op de bescherming van werknemers tegen gevaar, maar er is geen sprake van een risicoaansprakelijkheid van de werkgever. Dat uit zich in het gegeven dat het gevaar waarvoor maatregelen genomen moeten worden, wel kenbaar zal dienen te zijn voor de werkgever. Anderzijds zal een werkgever redelijkerwijs geen maatregelen behoeven te nemen voor een gevaar dat voor de hand ligt, of een huis-, tuin- en keukengevaar.

Indien geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar bijvoorbeeld van aangenomen werk of  uitzendarbeid, dan is lid 4 van artikel 7:658 BW van toepassing.

Wat moet een werkgever doen om aan te tonen dat zij aan haar zorgplicht heeft voldaan:

  1. Voldoen aan geschreven en ongeschreven wet- en regelgeving. Denk hierbij bijvoorbeeld aan arbo - wetgeving. Hierin is onder meer vastgelegd dat een werkgever aan het werk verbonden risico’s in beeld moet brengen en waar nodig maatregelen moet treffen en instructies geven.
  2. Toezicht op naleving van de gegeven instructies

Ad 1) Als eerste dienen risico's voor de werknemers in kaart te worden gebracht. Mocht een werknemer bijvoorbeeld tijdens het werk door een dier worden gekrabd , dan wordt in eerste instantie gekeken of het risico hierop, is opgenomen in de RI&E van een bedrijf. Het RI&E (Risico Inventarisatie en Evaluatie) is een soort risicoregister. Het is een wettelijke verplichting voor bedrijven om hieraan mee te werken. Kijk bijvoorbeeld op http://www.rie.nl/instrumenten/dierenartsen/ voor meer informatie.

Ook wordt bepaald of voldoende maatregelen getroffen zijn om dit risico tot een aanvaardbaar niveau te krijgen. Kijk bijvoorbeeld bij http://www.knmvd.dearbocatalogus.nl welke risico's al beschreven zijn en wat mogelijke maatregelen (kunnen) zijn.
(Overigens, op moment van schrijven van dit artikel is de arbocatalogus Zoönose prik- en krabincidenten niet toegankelijk red.)

Verder wordt beoordeeld of medewerkers effectief geïnstrueerd worden over wat er van hun verwacht wordt om het optreden van dat specifieke risico te bestrijden. Welke protocollen moet je volgen? Welke persoonlijke beschermingsmiddelen zijn verplicht?

Ad 2) De werkgever kan zich  niet zo maar verschuilen achter afspraken, protocollen en instructies. Werkgevers zijn verplicht om toezicht te houden op een juiste uitvoering en indien nodig te handhaven. Registraties van instructies en opleidingen, en registraties van toezicht, inspecties en bedrijfsrondgangen maken het mogelijk om aantoonbaar te maken dat hieraan is voldaan. Indien werknemers de instructies niet opvolgen en beschermingsmiddelen niet gebruiken, dan dient een werkgever deze werknemers hier aantoonbaar op aan te spreken en indien dit geen effect heeft, het werk stil te leggen en/of te sanctioneren.

Uiteraard zijn er ook de verplichtingen voor de werknemer. De werknemer (zie ook www.arbo.nl/recht-plicht/werknemer/plichten) is conform artikel 11 van de Arbowet verplicht om:

  • Op een juiste wijze arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen te gebruiken.
  • Aangebrachte beveiligingen niet te veranderen.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen op een juiste manier te gebruiken.
  • Mee te werken aan de voor de medewerker georganiseerde voorlichting en onderricht.
  • De werkgever in te lichten over opgemerkte gevaren voor de veiligheid en gezondheid in het bedrijf,
  • Andere deskundige personen (arbodeskundigen, preventiemedewerkers et cetera) bij te staan bij de uitvoering van hun verplichtingen.

N.B. Mocht er sprake zijn van ziekenhuisopnames, blijvend letsel of een overlijden van de werknemer, dan is melding bij de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een wettelijke verplichting van de werkgever. In die gevallen zal in bijna alle gevallen een onderzoek worden gestart.

Als de  werkgever aansprakelijk is, dan komt de door de werknemer geleden schade voor vergoeding in aanmerking. Denk hierbij onder meer aan gemaakte kosten, gederfde inkomsten, niet gedekt eigen risico en smartegeld.
Doorgaans wordt deze schade vergoed door de verzekeraar van de werkgever. Als de werkgever dit risico niet heeft verzekerd, dan zal zij zelf de schade aan de werknemer moeten betalen.

Noot van de schrijver: Tot op heden zijn over de geschetste casus (schade als gevolg van een krab van een kat) –voor zover wij hebben kunnen nagaan- nog geen uitspraken gepubliceerd. Wel weten we dat hier veel onduidelijkheid over bestaat binnen de beroepsgroep en dat een dergelijke gebeurtenis en de hieruit voortvloeiende schade tot verzuring van de arbeidsverhouding kan leiden.

Het zou goed zijn wanneer iedere werkgever een ongevallenverzekering zou afsluiten.

Bij de BPL zijn wij op de hoogte van situaties zoals in dit artikel geschetst. Voor raadgeving in individuele situaties treden wij in overleg met onze juristen van de vakbond.
Wij zullen dit jaar in overleg treden met de BPW (en eventueel de KNMvD) om een eenduidig en breed gedragen advies te kunnen uitbrengen.

Mocht u te maken krijgen met een dergelijke situatie in de uitoefening van uw functie, dan is het raadzaam om juridische bijstand in te schakelen. Het is ingewikkelde materie, waarbij specialistische kennis een ‘must’ is.

Voor de tekst van de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E), zie onderstaande bijlage: