Berichtgeving Uitslagen BPL Enquête najaar 2016
In aanloop op de onderhandelingen met de BPW over de CAO voor het jaar 2017 heeft de BPL tegelijkertijd met de BPW een enquête verstuurd onder zoveel mogelijk dierenartsen in loondienst, waaronder de eigen ledengroep. Deze enquête was bedoeld als inventarisatie van de functie van de CAO onder praktijkomstandigheden en zal tegelijkertijd aangegrepen worden om beleid van de BPL aan te kunnen passen naar vraag en opmerkingen vanuit de praktijk.
De enquête bestond uit een werknemers deel en een werkgeversdeel. Ook was er een subonderdeel wat door studenten kon worden ingevuld ter inventarisatie van bekendheid met het onderwerp. Per vraag waren meerdere antwoorden mogelijk. Bij elke vraag was de mogelijkheid tot het leveren van feedback en het geven van aanvullingen. Hier is groot gebruik van gemaakt door deelnemers. Deze punten zullen in het kader van identiteitbescherming niet openbaar worden gemaakt gezien de mogelijkheid tot herkenning/herleiding.
Er zijn 4382 uitnodigingen verstuurd waarbij gebruik is gemaakt van de database van de KNMVD. Hierbij is geselecteerd op de praktiserende dierenartsen en aangemelde studenten. Onderling was dit aantal verdeeld in 38,6% werkgevers, 32,6% werknemers en 28,8 % student. Ook is het ledenbestand van de BPL aangeschreven. Verder is er reclame gemaakt op zowel de website als op ‘social’ media met als doel de uitnodiging handmatig door te kunnen sturen en een zo breed mogelijke inventarisatie te kunnen houden. 574 deelnemers hebben de enquête ingevuld. Van deze deelnemers hebben uiteindelijk 480 de deelname compleet voltooid, 94 hebben deze gedeeltelijk voltooid. Bij 1853 personen is het bericht ongeopend gebleven en bij 133 personen is het bericht geweigerd.
In dit stuk gepresenteerde resultaten hebben betrekking op het werknemersdeel en m.n. de CAO-gerichte uitkomsten. De resultaten worden op volgorde van enquêtering gepresenteerd. Van de deelnemende personen behoorde 49.3% (n=286) tot de werknemersgroep wat leidde tot een responspercentage van 21% onder de totaal aangeschreven groep werknemers.
Van onze werknemer-respondenten (265) vindt 94% het principe ‘collectieve arbeidsovereenkomst’ een goed instrument om arbeidsvoorwaarden te creëren en na te leven voor een beroepsgroep tegen 2,3% die ontkennend hebben geantwoord. Van deze groep vindt 68% de CAO een goed instrument voor de dierenarts in loondienst. Een deel (24%) vindt het zowel een goed als een niet-goed instrument. 5% vindt het geen goed instrument.
Reden waarom het een goed instrument zou zijn (250 respondenten) is dat de CAO duidelijkheid geeft in geschillen met de werkgever (39,6%), de CAO duidelijkheid geeft aan de werkgever aangaande rechten van de werknemer (64,4%), en dat het personeelsbeleid van de praktijk wordt ondersteund (32,4%). De CAO draagt bij aan de professionalisering van de sector (42,8%), geeft duidelijkheid over loonhoogte en stijging (62%), ondersteunt tijdens onderhandelingen (42,4%) en dat voor het individu niet alle afzonderlijke arbeidsvoorwaarden uit hoeven te worden onderhandeld met een nieuwe werkgever (50,4%). Verder spelen gemak/besparen van tijd en moeite voor werknemer mee bij 32% van de respondenten. Ook geeft de CAO inzicht in belangrijke arbeidsvoorwaarden die anders niet zouden worden meegenomen (37,2%).
Belangrijk mogelijke knelpunten in de CAO zijn ook geïnventariseerd (ingevuld door 260 respondenten): De CAO is onduidelijk (4,6%), te minimaal (10%) of te uitgebreid (2,7%). De werkgever houdt zich niet aan de CAO (33,5%). Het is een minimum CAO en de respondent onderhandelt liever zelf alle afzonderlijke arbeidsvoorwaarden (8,1%). De CAO wijkt op bepaalde punten van de wet af, hier staat de geënquêteerde niet achter (5,4%). Echter, belangrijkste knelpunten leken dat de CAO een minimum CAO is - toch lijkt er geen onderhandelruimte (43,1%), de werkgever kiest alleen de voor hem/haar handige voorwaarden/onderdelen uit de CAO (36,9%) of dat de aangegeven rusttijden niet haalbaar zijn binnen diens praktijkvoering (37,7%).
Als voor de onderhandelingen (260 respondenten) belangrijke punten werden aangegeven: de dienstvergoeding (70,7%), overuren (58,9%), uitbreiding loonfunctiegebouw indien langer in de praktijk (48,5%) en werktijden/rusttijden (46,2%). Minder belangrijk leken de onderwerpen nascholing (35,8%), verzekeringen (18,9%), de senior-dierenarts (11,2%), WIA – verzekering (8,5%), veiligheid op de werkvloer (8,1%) en BPL lidmaatschapsvergoeding (3,5%).
Het bestuur van de BPL heeft de resultaten meegenomen naar de onderhandelingen CAO 2017. Wettelijke verplichtingen voor werkgevers (zoals op gebied van zwangerschap/verlof en arbo-regelingen) zijn geen onderdeel van de onderhandelingen geweest. Aanbevelingen van leden hebben geleid tot aanpassingen in het beleid. Het bestuur heeft haar informatievoorziening aangepast aan specifieke vraagstukken die uit de enquête naar voren kwamen.
De BPL komt als zelfstandig orgaan op voor de belangen van de practici in loondienst. In april 2017 vindt verder overleg plaats met de BPW over de resultaten alsmede de uitslagen op de ‘open’ vragen. Verdere resultaten zullen worden gecommuniceerd middels nieuwsbrieven en website-informatie.
Ziet u ook het belang van een sterkere positie van de BPL, geef u dan op als lid via info@bpl-dierenartsen.nl